Doe Maar ontketende eigen Beatlemania


Geen band in de Nederlandse popmuziek weet zo’n koortsachtige sfeer van adoratie en hysterie te creëren als Doe Maar in het begin van de jaren tachtig. De taferelen tijdens de optredens roepen de beelden in herinnering van Beatlemania op zijn hoogtepunt. Het einde van de band haalt in 1984 het achtuurjournaal en dompelt een aanzienlijk deel van de Nederlandse jeugd in diepe rauw. Doe Maar staat tegelijkertijd voor muziek die de tand des tijds getrotseerd heeft. De liedjes worden nog altijd gekoesterd door de jongeren van toen en ontdekt de generaties die na hen komen. Ze vormen daarnaast een bron van inspiratie voor muzikanten die zelf aan de slag gaan met de combinatie van popmuziek en de Nederlandse taal.

Het immense succes van Doe Maar is te verklaren uit een gelukkige combinatie van factoren. Het zijn knappe jongens, die als begindertigers nog net iets leeftijdsloos hebben. Het wordt tijdens de hoogtijdagen van de band niet al te hard van de daken geschreeuwd, maar als de heren in postervorm aan de muren van talloze meisjesslaapkamers hangen, hebben ze al een heel muziekleven achter de rug. Ze doen daarin ervaring op waarmee ze de liedjes veel meer finesse en diepgang kunnen meegeven dan de gemiddelde band die zich op een jong publiek richt. Vooral Henny Vrienten en Ernst Jansz ontpoppen zich bovendien als uitstekende songschrijvers, die in hun teksten laten blijken de vinger goed aan de pols van de tijd te hebben. Daarnaast blijkt de promotie van de band heel effectief, mede dankzij de herkenbaarheid van de alom aanwezige en oogverblindende kleuren: hardgroen en felroze.

Live in 1982 (ANP-Archief.nl / Kippa / CC BY-NC-ND 4.0)

Het succes kent dus een behoorlijke aanloop. Ernst Jansz is eind jaren zestig als toetsenist al actief in de folkband CCC Inc., net als multi-instrumentalist Joost Belinfante, die later ook betrokken zal raken bij Doe Maar. De heren vervolgen hun loopbaan in de Slumberland Band en The Rumbones, in die laatste band spelen ook bassist Piet Dekker en Henny Vrienten – die laatste dan nog als gitarist. Vrienten en Jansz komen elkaar bovendien tegen als lid van de begeleidingsband van Boudewijn de Groot.

In 1978 wordt Doe Maar opgericht, de band vernoemt zich naar een van de eerste songs die opgenomen wordt. De eerste versie van de band bestaat naast Ernst Jansz uit Piet Dekker, gitarist Jan Hendriks en drummer Carel Copier. Een song op de compilatie Uitholling Overdwars leidt tot een platencontract met Telstar, de in het Limburgse Weert gevestigde platenmaatschappij van zanger, componist en zakenman Johnny Hoes. Eind 1979 verschijnt het titelloze debuut, met daarop een tegendraads ratjetoe van reggae, folk en volksmuziek. De single Ik zou het willen doen komt niet verder dan de tipparade en van de lp worden aanvankelijk niet meer dan een paarduizend exemplaren verkocht.

De band overweegt even om te stoppen, maar met de komst van Henny Vrienten als opvolger van Piet Dekker krijgt Doe Maar zo’n creatieve impuls dat van dat idee wordt afgestapt. Het tweede album verschijnt in maart 1981 en laat horen dat de band gekozen heeft voor een mix van ska, reggae en een vleugje punk, wat terugkomt in de titel van het album: Skunk – immers een samentrekking van ska en punk. 32 jaar (sinds 1 dag of 2) levert een eerste Top 40 hit op en zorgt ervoor dat het zo belangrijke album ook goed gaan verkopen. De kiem voor het succes is gelegd.

Nog in 1981 duikt Doe Maar de studio in om zo snel mogelijk een opvolger op te nemen, drummer Carel Copier heeft dan plaatsgemaakt voor René van Collem. In maart 1982 ligt Doris Day en andere stukken in de winkel. De band is inmiddels opgepikt door een snelgroeiend publiek van vooral jonge meisjes, maar het is opvallend dat de band in muzikaal noch tekstueel door de knieën gaat. Nog meer dan op het vorige album bevat Doris Day een fraai gearrangeerde mix van ska en reggae, terwijl de teksten opvallend volwassen zijn. Een van de voorbeelden daarvan, het melancholieke Is dit alles, haalt de 9de plaats van de hitparade. Het is dezelfde positie die Doris Day haalt, de eerste single van de plaat. Hoe diep de roots met reggae nog altijd zijn, blijkt als in 1982 een dubversie van Doris Day en andere stukken uitkomt: Doe de dub. In mei dat jaar ontvangt de band De Aanmoedigingsprijs van de Stichting Conamus.

In november 1982 wordt de single De bom uitgebracht, dat niet op een van de lp’s staat. Het is geschreven door Ernst Jansz naar aanleiding van de hoogoplopende discussies - ook in ons land - over nucleaire bewapening. In april van het jaar speelt Doe Maar in Utrecht op een manifestatie tegen het plaatsen van kernwapens in Nederland. Het nummer vat perfect samen wat veel jongeren op dat moment door beziggehouden: het leven onder de voortdurende dreiging van een kernoorlog. De Bom slaat dan ook enorm aan en haalt moeiteloos de hoogste plaats van de Top 40.


Tijdens een optreden in Rijswijk (ANP-Archief.nl / CC BY-NC-ND 4.0)

Doe Maar is dan een fenomeen. De band is voortdurend op tournee. Wekelijks doen popbladen verslag van het wel en wee van de leden. Ze zijn inmiddels ook vaste gasten in de popprogramma’s op de televisie. De verkoop van merchandise – alles in groen-roze – begint gigantische vormen aan te nemen. In korte tijd groeit Doe Maar uit tot veruit de populairste band die Nederland ooit gekend heeft met alle gevolgen van dien. Waar de bandleden zich durven te vertonen, worden ze aangeklampt door hordes oververhitte fans. Alle commotie zorgt er wel voor dat René van Collem opstapt, maar als zijn beoogde opvolger Jan Pijnenburg al na een optreden een ernstig verkeersongeluk krijgt, neemt hij tijdelijk zijn vertrouwde plaats weer in.

Hij is dan ook nog steeds drummer als eind 1982 aan het vierde album gewerkt wordt, dat op 11 maart 1983 als 4US uitkomt. Heel Nederland is dan in de greep van een nog steeds hoger oplopende Doe Maar-koorts. De titel is deels een medische knipoog hiernaar. Los daarvan is het natuurlijk de vierde plaat van een kwartet. De plaat wordt voorafgegaan door de single Pa, een met scherpe pen geschetste generatiekloof. Op de golven van de waanzin die Doe Maar omspoelt, wordt ook dit nummer een afgetekende nummer-1 hit. Opnieuw springt in het oog dat de band niet gemakzuchtig leunt op het tienersucces, maar zich er juist – bewust of onbewust – van los lijkt te willen rukken. In het harde Heroïne wordt hard en vaak gevloekt. De titel van Je loopt je lul achterna spreekt boekdelen. 4US is daarmee, zowel muzikaal als tekstueel, het meest volwassen album van Doe Maar.

Afscheidsconcert in Den Bosch, 14 april 1984.

Eind 1983 verschijnt Lijf aan lijf, een live-dubbelalbum dat een representatieve impressie biedt van de sfeer waarin de Doe Maar-optredens zich voltrekken. Aan het begin van het nieuwe jaar wordt begonnen met de voorbereidingen voor een volgend album. Ver voordat het af is, besluit het viertal te stoppen. Voor de buitenwacht heel plotseling, op het hoogtepunt van de roem. En vooral, vanwege die roem – blijkt later. De intense drukte, de opgeklopte verwachtingspatronen en de inbreuk op de privacy beginnen draconische vormen aan te nemen. Als het temmen van de gekte niet lukt, is stoppen het enige dat kennelijk rest. Het zorgt voor een vloed aan tranen bij de trouwe achterban. Doe Maar neemt in april 1984 met twee optredens, met veel emotie in de zaal en op het podium, afscheid van het publiek.

De verschillende bandleden waaieren weer uit over de Nederlandse popmuziek waaruit ze ooit voort zijn gekomen. Eind 1999 wordt tot verrassing van velen een reünie aangekondigd. De band neemt ook een nieuw album op: Klaar. Het succes daarvan wordt nog overtroffen door de enorme vlucht die de vraag naar tickets neemt. Uiteindelijk verkoopt Doe Maar zestien keer het Sportpaleis Ahoy uit. In 2005 vormen de songs de rode draad van Doe Maar! – de musical. In de jaren die volgen, treedt de band vaker op, in stadions als De Kuip in Rotterdam, het Gelredome in Arnhem, de Ziggo Dome in Amsterdam en het Sportpaleis in Antwerpen, maar soms ook in meer bescheiden setting. In 2012 geven jonge Nederlandse hiphoppers een nieuwe, eigen draai aan de nummers van Doe Maar. Uit interviews met de betrokken artiesten wordt eens te meer duidelijk hoe bepalend het pionierswerk van de band ooit was. Zo wordt de muziek nog altijd gekoesterd. Voor de een is het een zoete herinnering aan ongecompliceerde jeugdjaren, voor de andere een prikkelende bron van inspiratie.

Het nieuwe, 41 tracks tellende verzamelalbum 'The Golden Years Of Dutch Pop Music' bevat alle singles van Doe Maar, inclusief b-kanten. Bestel nu o.a. bij Platomania, Velvet,  GoldenYearsOfDutchPopMusic.nl of Bol.com:

Tekst: Robert Haagsma / Openingsfoto: ANP-Archief.nl / Kippa / CC BY-NC-ND 4.0


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *