Wie is Lady D’Arbanville van Cat Stevens eigenlijk?


Het was in Nederland de grootste hit van Cat Stevens: Lady D’Arbanville stond van 11 juli tot 5 september 1970 in de Top 40 en piekte op nummer 2. Maar wie is de chique klinkende dame in kwestie eigenlijk?

In het ziekenhuis

Om die vraag te beantwoorden  duiken we terug in de jaren ’60. Stevens had zijn eerste album, Matthew and Son en New Masters, al uitgebracht met een bescheiden succes. Hij was zelf niet heel tevreden over de sound van die platen, en toen hij tegen het eind van de opnames van zijn tweede album ook nog eens werd opgenomen met tuberculose en een ingeklapte long, besefte hij dat het anders moest. In het jaar dat hij rust moest nemen gebruikte hij elk vrije uur dat hij had om nieuwe songs te schrijven. Toen hij eindelijk weer aan de slag kon, ging hij de samenwerking aan met producer Paul Samwell-Smith – iemand die wél volledig achter zijn folk rock stond.

De kennismaking

Rond dezelfde tijd, toen Stevens zich weer beter voelde, bezocht hij in Londen een feest. Hier waren behoorlijk wat (inmiddels legendarische) muzikanten aanwezig: Jimmy Page, toen net bij Led Zeppelin, Eric Clapton en Ginger Baker van Cream en Steve Winwood van de band Traffic. Maar Stevens liet zijn oog vallen op Patti D’Arbanville, een meisje uit New York dat hard op weg was naar een modellencarrière. De twee raakten aan de praat en voor ze het doorhadden, hadden ze een relatie. Elke keer als zij in Londen was, verbleef ze bij Cat thuis, maar als model vloog ze vaak naar modesteden als Parijs en New York. En dat was toen – zonder Facebook en WhatsApp – voor beiden niet makkelijk.  Steven (de geboortenaam van Stevens) wilde hun relatie naar een hoger niveau tillen, maar D’Arbanville wilde haar carrière er niet voor op het spel zitten. En dat, zoals ze zeggen, was dat.

Maar als er de afgelopen halve eeuw iets duidelijk is geworden, is het dat liefde en liefdesverdriet een geweldige inspiratie zijn voor muzikanten. Ook Patti kreeg dat snel door. Tijdens een van haar trips naar New York hoorde ze het nummer, waar Stevens haar nooit over verteld had, op de radio. “Ik moet gewoon even mezelf kunnen zijn, zodat ik kan doen wat ik wil doen,” zei ze in 2007 over de situatie. “Soms is het goed om alleen te zijn. Steven schreef het nummer toen ik naar New York ging. Het was maar een maand, ik dacht dat het niet het eind van de wereld was. Maar toen hoorde ik ‘Lady D’Arbanville, why do you sleep so still?’. Alsof ik dood was. Oftewel, als ik in New York was voelde het voor hem alsof ik in de kist lag… Hij schreef het omdat hij me miste, het is een droevig nummer. Toen ik het hoorde barstte ik in tranen uit, omdat ik toen wist dat het voorbij was tussen ons.”

Screen Shot 2017-08-22 at 09.27.14

Oh baby, baby, it's a wild world

Maar Lady D’Arbanville was niet de enige hit waarvoor Stevens inspiratie putte uit zijn relatie met Patti. Ook zijn Wild World schreef hij rond de tijd dat ze uit elkaar gingen. “Het is een akkoordenschema dat veel voorkomt in Spaanse muziek,” vertelde Stevens later. “Ik draaide het schema om en het werd een herkenbaar thema dat ik meer zou gebruiken in mijn muziek. Het voelt als iemand verlaten, het verdriet daarvan, maar ook de nieuwsgierigheid naar een nieuw hoofdstuk.”

Wild World zou Stevens’ eerste top 10 hit worden in de Verenigde Staten en creëerde een ingang voor de rest van zijn album Tea For The Tillerman. Later zou het nummer gecoverd worden door onder andere Jimmy Cliff, Maxi Priest en Mr. Big. Al hun versies werden ook hits.

En toen?

Patti D’Arbanville beleefde een korte carrière als model, maar vond daarna haar geluk als actrice. In de jaren ’70 speelde ze in Andy Warhol’s L’amour en David Hamilton’s Bilitis en in 1987 won ze zelfs een award voor haar rol in het toneelstuk Italian American Reconciliation. In de 90’s werd ze bekend als Virginia Cooper in de FOX-serie New York Undercover. Ze was nog kort samen met Golden Globe-winnaar Don Johnson (Miami Vice, Django Unchained), waarmee ze een kind kreeg.

Cat Stevens ging uiteraard verder met zijn muzikale carrière, tot hij zich in 1977 bekeerde tot de Islam nadat hij bijna was verdronken aan de kust van Malibu. Hij richtte zich daarna op onderwijs en filantropie binnen de wereldwijde moslimgemeenschap. Pas in 2006 bracht hij weer een nieuw album uit, An Other Cup, ditmaal onder de naam Yusuf. Onlangs kondigde hij zijn nieuwe album The Laughing Apple aan, dat zal verschijnen op 15 september.

Bestel bij Bol.com:


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *