75 jaar Bob Marley: Rastaman Vibration (1976)


Een kleine 40 jaar na zijn dood geldt Bob Marley nog altijd als de allergrootste reggaezanger aller tijden. Vanwege het feit dat hij 75 jaar geleden geboren werd, blikken we met een reeks artikelen terug op zijn belangrijkste albums. Deze keer Rastaman Vibration uit 1976, waarmee hij definitief doorbrak in Amerika. Het is ook het album dat met War een van zijn meest strijdbare songs bevat.

Het was een goed jaar voor reggae: in 1976 brachten de alle drie de zangers die een verleden deelden in The Wailers een soloplaat uit. Peter Tosh debuteerde met Legalize It en Bunny Wailer bracht met Blackheart Man eveneens een eerste album onder eigen naam uit. Ze werden door reggaefans uit de hele wereld onthaald als instant klassiekers. Mocht Bob Marley de hete adem van de concurrentie in de nek gevoeld hebben, was er weinig van te merken. Dat jaar kwam hij zelf ook voor de dag met een van zijn beste albums tot dan toe: Rastaman Vibration. Het lag op 30 april 1976 in de winkel.

De opnamen vonden eind 1975 en begin 1976 plaats in verschillende studio’s in Kingston, Jamaica waarbij de band ditmaal zelf de productie voor de rekening nam. Het hoesontwerp was van de hand van Neville Garrick, die voor de wereldtournee van 1975 ook al de aankleding van het podium verzorgd had. Een proefversie van het artwork voor Rastaman Vibration liet hij op geribbeld karton afdrukken. Bij toeval ontdekte hij dat die structuur ideaal was om wiet te filteren. Als het karton schuin gehouden werd, bleven de blaadjes liggen, terwijl de zaadjes naar beneden rolden. Toen Chris Blackwell, de baas van platenmaatschappij Island, hiervan hoorde werd de knoop meteen doorgehakt. Het nieuwe album van Bob Marley and the Wailers zou definitief zo’n geribbelde hoes krijgen.

Die keuze sloot ook goed aan op de rest van het artwork. Het karakteristieke voorkomen van de zanger was afgedrukt op een juten achtergrond. Het was een visueel aspect dat tijdens de promotiecampagne optimaal werd uitgebuit. Promotie-exemplaren bestemd voor journalisten werden verpakt in een met jute bekleedde doos, waarin naast het album ook een boekwerk, een foto en allerlei persinformatie zat. Het was tekenend voor het belang dat Bob Marley inmiddels had voor de platenmaatschappij. Nooit eerder werd er voor een album van de zanger zo intensief geadverteerd.

Net als op voorgaande albums prijkten er achter de songtitels weer allerlei namen. De Jamaicaanse weldoener Vincent Ford kreeg opnieuw twee credits toebedeeld, terwijl ook echtgenote Rita Marley een flink deel van de koek kreeg toebedeeld. Het had nog steeds allemaal te maken met het dispuut dat Bob Marley had met zijn oude muziekuitgeverij. Het was zijn manier om de geldstroom van hen weg te buigen. Voor de buitenstaanders was het echter duidelijk dat hij – en niemand anders – de componist was van alle songs.

Zoals dus ook van War, dat zich zou ontpoppen als het sleutelnummer van de plaat. De tekst ervan was overigens grotendeels gebaseerd op een legendarische speech die Haile Selassie I op 4 oktober 1963 voor de vergadering van de Verenigde Naties in New York gegeven had. De Ethiopische heerser werd door vele aanhangers van het Rastafari geloof Messiaanse kwaliteiten toebedacht. In zijn toespraak schetste hij op indringende wijze wat de wereld te wachten stond als er niet iets gedaan zou worden aan racisme en ongelijkheid. Zolang er mensen vanwege hun kleur consequent achtergesteld worden, zal er oorlog zijn, luidde de kern van zijn betoog.

Decennia later zorgde een cover van het nummer nog voor veel tumult. Tijdens een uitzending van de Amerikaanse televisieshow Saturday Night Live in 1992 vertolkte de Ierse zangeres Sinéad O’Connor haar eigen versie van War, waarbij ze de tekst zo aangepast had dat het nu vooral een aanklacht tegen kindermisbruik was. Haar declaratie sloot ze af met het verscheuren van een foto van paus Johannes Paulus II, wat haar op verontwaardigde reacties uit de hele wereld kwam te staan.

War ontpopte zich tot een van de hoogtepunten van de optredens van Bob Marley and the Wailers. Hij zou het ook tot in zijn laatste concerten blijven spelen. Het minder zwaarwichtige nummer Roots, Rock, Reggae werd in 1976 op single uitgebracht en leverde hem in verschillende landen een nieuwe hit op. Alle promotionele ijver van platenmaatschappij Island bleef niet vruchteloos. Rastaman Vibration was het eerste album waarmee Bob Marley de top 10 van de Amerikaanse Billboard albumlijst binnenkwam – hij haalde er een 8ste plaat. Hij was er nu een bonafide superster.

Voor Bob Marley leek 1976 daarmee een absoluut topjaar te worden. Kort voor het einde kantelde echter alles. Op 3 december werd in zijn eigen woning een moordaanslag op hem gepleegd, waarbij ook zijn vrouw Rita Marley en zijn manager gewond raakten. De zanger kwam er met relatief lichte verwondingen vanaf en stond twee dagen later gewoon weer op het Smile Jamaica festival. De politieke onrust op Jamaica, waar ook de aanslag uit voortgekomen was, noopte hem echter om uit te wijken naar Engeland om in die zelfverkozen ballingschap verder te bouwen aan zijn carrière…

Klik hier om Rastaman Vibrations te luisteren.

Door Robert Haagsma


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *